Projecten
"Scheppend vermogen"
Al jaren voor de Canonprojecten was Lucas bezig met scholen, jeugdverenigingen en instellingen voor gehandicapten of volwassenen. Zo ontwikkelde hij een eigen visie op methodiek en didactiek, gekristalliseerd uit een diversiteit van ervaringen. Als kunstenaar is hij te gast, als confrater, docent scheppend vermogen, evenwaardig op pedagogisch vlak. Dit juist is het verfrissende van een confrontatie met iemand uit het niet-reguliere circuit, vakspecialisten zonder de kwaliteiten van leerstofpedagogen.
“Het wezenlijk verschil tussen een kunstwerk en een leerstof bestaat erin dat bij een kunstwerk vanuit de chaos der elementen een nieuw geheel wordt gevormd met dat geheel als doel op zich. De communicatieve kracht van het kunstwerk bepaalt dan weer de waarde. De leerstof daarentegen vertrekt van een bestaande structuur met als doel deze eigen te maken als kennis, als kunde. Daarom durf ik kunstenaarsprojecten vergelijken met geestelijk turnen, het in psychologische zin openhouden van de bloedvaten. In beweging blijven is noodzakelijk en welke discipline is er heerlijker dan de kunstvormen, waar we door dat scheppend vermogen allemaal toegankelijk voor zijn!
En evenals Latijn en Grieks kan ook kunst worden beoefend in functie van de algemene vorming, de eerste twee om structuur en hygiëne aan te kweken en kunst voor persoonlijke groei en cultuur. Uiteraard zijn er veel invalshoeken als men het over kunst heeft. De omschrijving van het begrip alleen al loopt dikwijls op haar eigen implicaties te pletter. Als we al weten wat kunst is, zien we steeds meer kunstuitingen waarvan we ons met recht afvragen of ze nog wel kunst zijn.
De moeilijkheid is duidelijk: is er wel een sluitende definitie mogelijk? Toch zijn deze reflecties voor ons, schoolprojectkunstenaars, noodzakelijk. We worden al te dikwijls met vragen geconfronteerd hierrond. De moeilijkste zijn wie wel of niet kunstenaar is, wie groot is of onbetekenend, waar kunst ophoudt en kitsch begint, wat kunst is en wat on-kunst is, wat hedendaags is of reactionair of quatsch.
Zelf houd ik de opdeling eenvoudig didactisch. De kunstenaar is specialist scheppend vermogen, en gebruikt zijn andere vermogens al of niet bewust in functie hiervan. Iedereen bouwt een hiërarchie van zijn vermogens op om zichzelf te realiseren, elk op zijn manier. In die zin is kunstenaar zijn is evengoed als bakker of geneesheer een roeping. De basiselementen van de kunstenaar zitten in elke menselijke computer, men merkt dit zeer goed bij kleuters. Er zijn de kleuren, de noten, de letters, de cijfers en de vormen. En daar gaan we dan mee spelen.
Nu krijgen we het onderscheid tussen de scheppend en de uitvoerend kunstenaar, zoals componist en muzikant, schrijver en acteur. De scheppend kunstenaar staat naakt voor zijn materie, bij de uitvoerend kunstenaar ging al een menselijke ingreep vooraf. Toch kan het basiselement een gedicht of een muziekstuk zijn. Het gedicht kan worden omgevormd worden tot een muzikale act, het muziekstuk tot een dansvoorstelling. Telkens weer een nieuw geheel, een nieuw ‘schepsel’.
Wat essentieel is voor de kunstenaar zelf geldt ook voor de schoolprojecten. We staan hier voor de uitdaging om heel persoonlijk, ook in groep (de beruchte, niet te onderschatten groepspersoonlijkheid!) te gaan. Durven geijkte patronen ontwrichten, durven herdenken, durven verfrissen, durven persoonlijk formuleren.
Maar ook binnen een esthetisch kader uiting geven aan emotionele en idealistische structuren die alleen maar via kunstvormen gestalte kunnen krijgen is hier een belangrijk vakresultaat.
Men heeft mij er al meermaals op gewezen dat de groepsstructuur volledig verandert tijdens een sessie. Jongeren die anders zeer introvert op de achtergrond blijven worden leidinggevend en andersom verdwijnen het haantje de voorste naar de achtergrond. Ook jongeren zelf komen dikwijls bedanken voor wat ze bij zichzelf hebben ervaren.
Dit alleen is voor mij geldig om te besluiten dat kunstprojecten een zinvolle aanvulling zijn in het soms overvolle lessenpakket in plaats van belastend. Wat ik ook al dikwijls heb mogen horen.”
Kosovo Zottegem 1999
Totem en Wigwam Gentbrugge 1998
Spinnen Oosterzele 2000
MultiCulti-ArtWalk Oosterzele 2002
Vlinder EDUGO Oostakker 2002
Olifanten GILO Scheldewindeke 2019 |
Giraffen. GILO Oosterzele 2010
In 2010 knutselden leerlingen van de gemeentelijke basisschool GILO 5 giraffen uit ijzer en plaaster in elkaar. Iedereen raakte er zo gehecht aan de beestjes, die het lentefeest moesten opfleuren, zodat ze permanent op school bleven staan. Drie jaar later werden de giraffen bij een opfrisbeurt ze in vrolijke kleurtjes gestoken. Vier van de vijf exemplaren althans, want een van hen bleek verloren gelopen.
Enkele ouders reageerden op hun terugkeer:
“Jij mag zeker en vast die ‘meer dan een dikke pluim’ geven hoor! De giraffen zijn inderdaad een vaste waarde geworden in het GILO en het is goed dat ze er kunnen blijven!”
“Ik denk dat ik in naam van alle ouders met kinderen op het GILO toch wel meer dan een dikke pluim mag geven aan kunstenaar Lucas Van Haegenborgh. Hij heeft met hulp van de kinderen, leerkrachten en een aantal ouders de creatie van deze prachtige familie giraffen mogelijk gemaakt. Ze zijn ondertussen het uithangbord van de school geworden. Bedankt Lucas!”
Pegasus. VTI Lokeren 2003
Dit groot cultureel project, met alle klassen metaal van het VTI-Lokeren, kwam voort uit een brainstorm met de leerkrachten. Pegasus, de gevleugelde boodschapper in oude culturen, werd in een ongelofelijk tempo door honderden handen in vier dagen tijd gerealiseerd. Het werd een monumentaal stalen ros van vier meter hoog, zes meter lang en nog eens zes meter van vleugeltop tot vleugeltop. Het beeld heeft in al zijn facetten de signatuur van Lucas Van Haegenborgh. Het hoofd had hij trouwens helemaal alleen gemaakt.
Aanstormende Stier. GITBO Keerbergen 2005
Dit beeld was opnieuw een uitgegroeid Canon Cultuurcelproject, ditmaal voor een kleinere groep leerlingen metaal in Keerbergen. Net zoals bij Pegasus gebruikte Lucas de Rubensiaanse methode: de meester zet de lijnen uit, de leerlingen dikken ze aan.
De school tekende een overeenkomst – zodat ze niet met het intellectueel eigendom kon gaan lopen zoals ze in Lokeren hadden geprobeerd – en toch bleek jaren later dat het beeld was verhuisd naar de hall van het eerste verdiep van het gemeentehuis in de hall. Het kostte vele maanden moeite om er de naam Lucas Van Haegenborgh aan toe te voegen.


















