Dieren

Dieren zijn een veelvoorkomend thema in Lucas’ oeuvre. Toch kan hij bezwaarlijk animalier genoemd worden. Zijn activiteiten vereisen een breder werkterrein en in zijn persoonlijkheid leeft de drang en de mogelijkheid om zichzelf op meerdere manieren te vertalen.
“De dieren die ik uitbeeld vat ik in hun symboolwaarde en hun anatomische essentie, waarbij ik de figuratieve toegankelijkheid voor de kijker noodzakelijk stel. Ik beschouw ze als een synthese van ideeënkunst en een uitdrukking van grote bezorgdheid. In de trouw van de albatros, de vriendschap van de eend, de eeuwige jeugd van de kraanvogel reist mijn ziel met elk dier door het wezen van de mens.”

Muskusos

“Zoals reeds elders vermeld heb ik een archetypische genegenheid voor kuddedieren en graseters. Zelf heb ik het gros van mijn leven op poolijs geleefd en deel op een virtuele wijze de beschermende vacht van bizons en muskusossen met hen. En het is nu net de textuur van dat monumentale dier die zo boeiend is voor mijn boetseertechniek met jute. Het is die jute die in één beweging de expressie mogelijk maakt. Zoals ik al over ijzer schreef: opnieuw een materiaal met een onvervangbare ziel.”

Bison

“Al sinds mijn kindertijd ben ik gefascineerd door alles wat met ‘de indianen’ te maken had; alle boeken van Karl May zitten nog ergens in het archief van mijn brein. Maar vooral de continentale slachting van mens en dier door een veel grotere en sterkere predator heeft mijn eeuwige solidariteit met hen een granieten voetstuk bezorgd.
Op Pasen 1991 was dan eindelijk de broebelpap van vele jaren gaar en spoot mijn gipsen beeld er op veertien dagen tijd uit. Het jaar daarop werd het in brons gegoten en na expertise in de Zoo geplaatst. Voor ‘Antwerpen 93’ koos de Zoo mijn bizon als uithangbord in de publicaties. De bizon, en andere runderen met hem, behoort tot de kern van mijn archetypische wezen, dat merk ik telkens weer aan de evidente vlotheid waarmee ik ze boetseer, klein, groot, in gips, in staal, in was of in klei.”

Kameel

“Een van de beelden waaraan ik in de loop van zijn bestaan het meeste plezier aan heb beleefd is mijn kameel. Ik had hem expres iets kleiner gemaakt dan ware grootte om zijn berijders niet af te schrikken want alles rond en tussen de bulten was gemaakt om op te klimmen en daar hebben er veel gebruik van gemaakt met kiekjes en zo. Dikwijls mag je op tentoonstellingen niet aan beelden komen, ik vind dat wel jammer als het beelden zijn die ertegen kunnen.”

Paard & polo

Lucas werd als vijfjarige tijdens de vakantie ‘uitbesteed’ aan Waalse familie om Frans te leren, bij een veehandelaar. Hij herinnert zich de markten, de mini zwarte kiel, de verkopen en de pracht van de imposante stieren en paarden.  Rond zijn tiende volgde hij paardrijlessen en op zijn vijftiende werkte hij een hele maand in een manege. De kennis van en de band met het dier werden versterkt tijdens de vakanties bij dierenarts ‘Meester Derde’ met consultaties van rij-, spring-, koers- en trekpaarden. Paarden en runderen zijn rond de rode draad van zijn leven blijven dartelen en draven en pas bij het maken van De Vlieger ontwaakte de sluimerende muze in de Stervende Koe. Coertjens kocht deze tijdens de tentoonstelling in de Boerentoren en bestelde meteen een boerenpaard, kampioenhengst van het Brabants Trekpaard.

Een paar jaar later kwam ik in contact met de polowereld, ik ben er een paar jaar in blijven hangen.
“Meisje op Tranquera” werd geboren uit een uitnodiging voor een polowedstrijd waar ik het paard Tranquera leerde kennen, en een feministische opstoot uit mijn eigen archetypische persoonlijkheidsstructuur: een milde kritiek op de mannelijke overheersing in die sport. Dan volgden nog een quarter, een arabier, enkele springpaarden, kleinere bronzen en opdrachten van privé-eigenaars.

Olifant

In ‘91 kreeg Lucas van de directeur van de Zoo de toelating om de kop van Nouchka te boetseren in de coulissen. In de Egyptische tempel stond hij tijdens een pauze een half uur lang naar de olifanten te kijken terwijl ze aten. Daar overviel hem voor de eerste keer het gevoel van vertedering en meevoelen. Olifanten hebben bijvoorbeeld prachtige zintuigen: ze herkennen het geraamte dat ze tegenkomen op hun zwerftochten, ze hebben een telepathisch vermogen dat de dood van geliefde wezens registreert, ze waken bij hun doden, ze horen, voelen, ruiken alles tot twaalf kilometer.
Tegelijk heeft Lucas ook een gevoel van schaamte om deel te zijn van een soort die zonder enige verantwoordelijkheid al zijn driften loslaat om altijd maar meer te hebben en machtiger te zijn, als individu en als groep, ten koste van de zwakste.
“Die vertedering en schaamte heb ik ook terwijl ik ze boetseer, zo uniek en geniaal: hun vreemde zachte vel dat ik ooit eens heb kunnen voelen, skelet en vorm compleet anders dan andere dieren, hun slagtanden, hun uitstraling, die ik probeer te vatten en weer te geven.”

Impala

Stier

Leeuw

Scroll naar boven